Organisatie
Aandachtsgebieden
Viering & Activiteit
Beheer & Financien
Historie & Kunstbezit
Stiltecentrum & Bezinning
Varia
Contact
  links

disclaimer

Een nieuw pastoraal tijdperk.

Borgharen en Itteren waren tot 1971 twee zelfstandige gemeenten gelegen tussen de Maas en het Julianakanaal. Borgharen was van oudsher sterk verbonden met het kasteel van Borgharen en de adellijke kasteelheer. Itteren kende in het verre verleden banden met de heer van Hartelsteijn.

Beide dorpen waren via de leenheer van Valkenburg verbonden met de hertog van Brabant en daardoor met de oude zuidelijke Nederlanden.

De landerijen waren eigendom van de kasteelheer van Borgharen, van het Armenbestuur van Maastricht, van het kapittel van Onze Lieve Vrouw van Maastricht en van aangeziene families van buiten de beide dorpen.

De inwoners waren als loonarbeiders of pachters van deze eigenaren afhankelijk en hadden werk in de landarbeid; in de wintertijd werd er thuiswerk gedaan b.v. als mandenvlechter. Dit laatste ook vanwege het vele riet en de wilgen als gevolg van de elke winter buiten haar oevers tredende rivier de Maas.

De wispelturige Maas verklaarde ook het isolement van deze beide dorpen en de invloed levensom-standigheden en de beslotenheid.

Bij de herindeling in 1971 werden de beide dorpen deel van de gemeente Maastricht. Dit gaf nieuwe impulsen, woningbouw en toename van het aantal inwoners. Als gevolg hiervan ook nieuwe ontwikkelingen en een andere en ruimere kijk op het leven en de samenleving. Ook voor de Kerk heeft dit gevolgen.

Velen zien de Kerk niet meer als plaats van ontmoeting en inspiratie voor het leven van mens en gemeenschap. Kerk en geloof gaan naar de marge. Waarden en normen komen in een ander perspectief of verdwijnen zelfs helemaal, De mens raakt de oriëntatie kwijt en wordt onbehuisd.

De mens kan hiermee niet leven en gaat op zoek naar nieuwe wegen: hij wordt pelgrim! Het gaat nu om het opnieuw ontdekken van de evangelische boodschap, om andere vormen van samen vieren en samen geloofsgemeenschap zijn.
Niet meer de traditionele volkskerk, maar een Kerk waar bewust voor gekozen wordt.
Een Kerk gedragen door een nieuw en vooral “ander” kerkvolk.

In deze nieuwe tijd is de mens zich bewust van zijn identiteit en vooral van zijn vrijheid om eigen keuzes te maken. Voegen we hierbij de welstand en de mobiliteit dan zien we de mens op weg gaan.

De traditionele kerk en haar orde is niet altijd het antwoord. Nodig zijn spirituele centra, bronnen van geloof, waar mensen zich thuis voelen en gelijkgezinden kunnen ontmoeten om samen te vieren.

De gedoopte mens, die deelt in het priesterschap van Christus, wil opnieuw en tegelijk anders Kerk zijn.

Wij allen, als priesterlijke mensen, hebben hierin onze taak als brengers van de Blijde Boodschap en tegelijk als gezegende ontvangers van heil. Wij zijn intiem verbonden met Jezus en kunnen hierdoor Zijn Licht uitstralen zodat velen Zijn Weg kunnen gaan.

Het beeld van de priesterlijke mens moge voor ons een uitnodiging en een opdracht zijn.