Organisatie
Aandachtsgebieden
Viering & Activiteit
Beheer & Financien
Historie & Kunstbezit
Stiltecentrum & Bezinning
Varia
Contact

  Links


 

Derde zondag door het jaar B -2012 –roeping (Mc. 1, 14 -20)

Een uur voor God is meer als de meeste gedoopten bereid zijn te besteden. Maar wat betekent deze tijd met God voor mijn dagelijks leven? Heb ik op de dagen tussen de zondagen mijn geestelijke antenne op God uitgeschakeld? Halt, lieve God, nu even niet, jij bent eerst de volgende zondag weer aan de beurt!

Aan het begin van Zijn openbare leven trekt Jezus door Galilea, om het evangelie van God te verkondigen. Aan het meer van Galilea ziet hij vissers aan het werk, te beginnen met de broers Simon en Andreas, en een tijdje later Jacobus en zijn broer Johannes. Voor deze mannen is het werkdag. Zoals ieder dag is er het routinematig werk: netten boeten en gereed maken, netten uitwerpen en binnen halen. Daarmee is hun tijd gevuld en de dag bezet, zo verdienen zij als vissers het levensonderhoud van hun families. Jezus ziet de mannen bij het werk en spreekt hen aan: "Kom hierheen, komt achter mij aan!" Het initiatief gaat van Hem uit, maar tegelijk ontstaat er een dialoog, ook als de aangesprokenen niet met woorden antwoorden. Hun antwoord bestaat uit doen: zij laten hun netten liggen en gaan daadwerkelijk achter Jezus aan. Wij spreken in dit verband graag van de roeping van de eerste leerlingen in de navolging van Jezus. Het was inderdaad een gebeurtenis van betekenis, als wij de weg van Jezus en zijn gevolgen in de er op volgende tweeduizend jaar bedenken. De volgelingen van Jezus, Zijn leerlingen, getuigen van Zijn Woorden en daden tijdens hun leven, hebben na Zijn dood en verrijzenis er maatgevend aan bijgedragen, dat het Evangelie van God verder gedragen en doorgegeven werd. Zij hebben andere mensen tot het geloof in Jezus Christus en de komst van het rijk Gods gebracht, zijn daadwerkelijk mensen vissers geworden, zoals Jezus het hun toen aan het meer voorspeld had.

Jezus trekt mensen aan en roept hen: zoals de leerlingen toen, veel bijzondere en heilige mensen, priesters, leden van orden en congregaties in de loop van de kerkgeschiedenis en ook in onze tijd. Maar wij stellen ons dan de vraag: wat heeft dat met ons te doen? Geroepen? Ik toch niet! Wij willen het woord roeping niet zo’n grote betekenis geven en niet zo hoog op onze ladder plaatsen. Roeping, daarbij gaat het vooreerst niet om een groot gebeuren, een overweldigende gebeurtenis. Roeping is niets meer en niet minder als antwoord geven op een roep, antwoord geven met dat wat ik kan, met dat wat ik ben. Of ik nu chef in een bedrijf ben, een eenvoudige werknemer, het hoofd van een familie, leerling, of wat dan ook: ons leven als christen moeten wij iedere dag van ons leven onder bewijs stellen en ervan getuigen.

Tot slot: nog eenmaal de vraag: heb ik in mijn dagelijks leven mijn antenne op God gericht? Hoor ik de roepstem tot mij gericht in en door de mensen die ik ontmoet, of door een sterk verlangen, dat ik in mij bemerk, om iets bepaalds te doen? "Want God is het, die in ons het willen en het volbrengen bewerkt" (Fil. 2,13). Jezus roept in het leven van alledag –en wij mogen antwoord geven, antwoord zijn.

P. Backus -pastoor.